Naar de inhoud
Terug naar hoofdstuk
Kennispunt 5.2.2

Geschiedenis en aardrijkskunde · Gebruik kennis van Nederlandse plaatsen en het openbaar vervoer.

Met het openbaar vervoer reizen

Bronnen gecontroleerd op

Bètaversie: de inhoud en vertalingen worden nog nagekeken. Controleer officiële bronnen voordat je beslissingen over je examen neemt.

Reiziger houdt een vervoerspas bij een stationspoortje
5.2.2

Met het openbaar vervoer, vaak OV genoemd, kun je reizen met trein, bus, tram of metro. Voor vertrek gebruik je een reisplanner. Vul in waar je vertrekt, waar je heen wilt en wanneer je wilt aankomen. Lees niet alleen de eerste vertrektijd, maar ook de halte, het spoor, de overstappen en de totale reistijd. Plan bij een belangrijke afspraak wat extra tijd voor vertraging.

Voor een reis kun je, afhankelijk van de vervoerder, een OV-chipkaart, betaalpas, telefoon of apart ticket gebruiken. Zoek vooraf uit welke betaalwijze op jouw route werkt en of een korting voor jou geldt. In- en uitchecken zijn aparte handelingen. Gebruik bij een rit hetzelfde betaalmiddel voor beide handelingen. Stap je over tussen vervoerders, dan kan opnieuw uitchecken en inchecken nodig zijn. Volg de borden en de aanwijzingen van de vervoerders.

Stel dat je met de bus naar het station gaat en daarna de trein neemt. Controleer eerst de richting van de bus en de naam van de halte. Op het station kijk je naar het vertrekbord: welk spoor en welke vertrektijd horen bij jouw trein? Een trein naar dezelfde stad kan onderweg op andere stations stoppen. Kijk daarom ook naar de route en vraag zo nodig personeel om hulp.

Soms valt een rit uit of verandert het spoor. Controleer de reisplanner kort voor vertrek en opnieuw bij een overstap. Zoek een nieuwe verbinding als dat nodig is en laat iemand weten dat je later komt. Bewaar een los vervoersbewijs tot het einde van de reis en houd je kaart of telefoon bij de hand voor controle. Als je een betaalfout ziet, neem dan contact op met de vervoerder of betaalorganisatie.

Probeer dit

  • Plan de route op aankomsttijd en noteer elke overstap.
  • Controleer per vervoerder het bewijs en de plaats van in- en uitchecken.
  • Bekijk kort voor vertrek storingen en plan zo nodig een alternatief.

Controleer wat je weet

Wat controleer je voordat je met trein en bus reist? Toon antwoord

Route, vertrektijd, overstap en manier van betalen of inchecken.

Controleer kort voor vertrek ook wijzigingen.

Je reist eerst met bus en daarna met trein. Welke vier dingen controleer je voor vertrek? Toon antwoord

Vertrek- en aankomsttijd, overstap, betaalwijze en waar je bij beide vervoerders in- en uitcheckt.

Bij een overstap tussen vervoerders kunnen aparte handelingen nodig zijn.

Je trein valt uit en je hebt een afspraak. Wat doe je? Toon antwoord

Zoek een actuele alternatieve route, vraag zo nodig personeel om hulp en meld op tijd dat je later komt.

Zelfstandig reizen betekent ook op een wijziging kunnen reageren.

Bronnen: zoek.officielebekendmakingen.nl · stcrt 2024 15802.html · ovpay.nl

Lees de officiële KNM-eindtermen