Koopkracht stijgt met 1,2 procent in 2025, werknemers zien sterkste toename
Nederlands
In 2025 is de koopkracht van mensen gemiddeld met 1,2 procent omhoog gegaan. Dit betekent dat mensen iets meer kunnen kopen dan vorig jaar. Dat komt vooral omdat de lonen uit cao’s met 5,0 procent zijn gestegen.
Vooral mensen die in loondienst werken zien de grootste verbetering van hun koopkracht. Voor gepensioneerden en zelfstandigen is de stijging klein, vooral door nieuwe belastingregels. De helft van de mensen heeft meer koopkracht, de andere helft heeft minder of hetzelfde.
Hoeveel de koopkracht stijgt, hangt af van het grootste inkomen van het huishouden, bijvoorbeeld loon, pensioen of uitkering. Bij mensen met een baan nam de koopkracht het meest toe, gemiddeld met 2,2 procent. Meer dan 6 op de 10 werknemers gingen er financieel op vooruit.
Dit kwam vooral door hogere lonen. Maar de prijzen stegen ook met 3,3 procent. Daardoor was de echte loonstijging 1,6 procent.
Werknemers kunnen hun koopkracht ook verhogen door meer uren te werken of een andere baan te zoeken. Maar als iemand zijn baan verliest of minder gaat werken, daalt de koopkracht. Ongeveer 4 op de 10 werknemers kregen te maken met een daling van de koopkracht.
De belastingkortingen zijn veranderd in 2025. De algemene heffingskorting is omlaag gegaan. De arbeidskorting steeg maar een klein beetje.
Voor zelfstandigen was de vooruitgang heel klein. De zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling werden lager. De cijfers over zelfstandigen kunnen later nog veranderen, want die cijfers zijn nu nog niet compleet.
Mensen met een bijstandsuitkering kregen ook meer koopkracht in 2025, gemiddeld 1,3 procent. Dat komt omdat het minimumloon hoger is geworden. De bijstandsuitkering en de AOW worden ook hoger als het minimumloon stijgt.
Gepensioneerden kregen er gemiddeld maar 0,3 procent bij. Voor gepensioneerden met veel pensioen naast de AOW was de koopkrachtstijging bijna nul. Als gepensioneerden heel veel extra pensioen hebben, daalt vaak hun koopkracht.
Gepensioneerden kunnen zelf niet snel hun koopkracht verbeteren. Dit hangt vooral af van de hoogte van hun AOW, pensioen en van de belastingen.